Afdrukken

Zondag 17 januari 2021         Met ds. Aukje Westra


Wat is waarheid?
Staan op effen grond

Inleiding op de Bijbellezingen

Wat is waarheid? Een collega deed eens een oefening met een groepje mensen. Hij zette een bos bloemen in het midden van de groep neer en vroeg aan ieder van de acht aanwezigen: Wat zie je? De één vond het een troostrijk boeket, zulke rozen had ze op haar trouwdag ieder jaar van haar nu overleden man gekregen. Een tweede bekende niet zo van snijbloemen te houden. Ze zagen er vaak zo onnatuurlijk uit., Een derde werd blij van de verscheidenheid, de kleuren. Wie van hen sprak de waarheid? Allemaal natuurlijk. Hoe we tegen dingen aankijken is voor ieder verschillend. Maar in deze groep waren ze het er allemaal over eens dat er een bos bloemen stond, dat wel. Alleen ontstond er bij het benoemen van de kleuren soms al wat verschil van mening. Was die ene bloem blauw of toch eigenlijk lila?
Dé waarheid bestaat niet, alles wat we zien en horen wordt ingekleurd door wie we zijn, wat we gewend zijn, onze voorkeuren. Maar aan sommige dingen kun je moeilijk twijfelen. Je kunt ontkennen dat er een bos bloemen op de grond staat, maar als je er per ongeluk tegenaan loopt en daarna de boel moet opruimen weet je wel beter. Het is belangrijk om te geloven in de waarheid, omdat we anders niet meer met elkaar in gesprek kunnen gaan.  Om samen te kunnen leven, moeten we geloven in de waarheid.

Maar hoe zit dat met de waarheid van het geloof? Het bestaan van God valt niet te bewijzen. Halen we ons maar wat in het hoofd? De vergelijking met liefde helpt. Kunt u bewijzen dat liefde bestaat? Je kunt niet tegen liefde aanlopen zoals je tegen een vaas met bloemen aanloopt. En toch is het een belangrijke kracht in ons leven. Niemand ontkent dat.  Waarheid in de Bijbel is geen wetenschappelijke kennis, maar oprechtheid, waarachtigheid. Waarheid vind je niet door te meten, maar in mensen die betrouwbaar zijn. Waarheid en de waarden waaruit je leeft horen bij elkaar.
Vanmorgen twee Bijbellezingen. We luisteren naar psalm 26. Een psalm over iemand die de weg van de waarheid bewandelt. Waarheid is een houding, tegenover  de weg van de waarheid staat de weg van liegen en bedriegen. Daarna luisteren we naar een gedeelte uit het Evangelie van Johannes. Jezus zegt dat hij de weg, de waarheid en het leven is.

Schriftlezingen     Psalm 26
                          Johannes 14: 1-7

Overweging
Waarheid is een beladen term geworden. Denk eens terug aan de inauguratie van Trump. De nieuwe president bleef glashard beweren dat de menigte tijdens zijn inauguratie groter was dan ooit. Het was een keiharde leugen. Zo is hij doorgegaan tot nu, bijna aan het einde van zijn termijn. Steeds herhaalt hij maar weer: bij de verkiezingen is gefraudeerd. Hij heeft massa’s mensen op de been gebracht en ervoor gezorgd dat de kloof tussen republikeinen en democraten nog veel dieper is geworden. Tussen de verarmde plattelandsbevolking en rijkere stedelingen, tussen zwart en blank. Zijn leugens hebben chaos aangericht.

Trump is een extreem voorbeeld, maar ook dichterbij huis kennen we politici die de waarheid verdraaien en bijvoorbeeld de opwarming van het klimaat ontkennen. Liegen is gewoon geworden. Maar liegen in de politiek gebeurde vroeger ook al. Toen vertelden politici ook halve waarheden, maar dat gebeurde dan in naam van het ideaal waar je voor stond. De onwaarheden waren voorspelbaar. Je wist welke draai een socialist, liberaal of christendemocraat eraan zou geven. Dat noemen we framing.  Vergelijk het met wat de PvdA zei naar aanleiding van het aftreden van Asscher: ‘Ja, hij heeft fouten gemaakt, maar daarna heeft hij lerend leiderschap getoond.’ Maar tegenwoordig zijn er ook politici die de zaak bewust flessen, die willens en wetens liegen. De waarheid is discutabel geworden.

Oude filosofen dachten dat dé waarheid bestond. Plato was een filosoof die leefde van 427 tot 347 voor Christus. Hij meende dat wij mensen leven als gevangenen in een grot. Een onderwereld. Achter een muur brandt een vuur, waardoor de gevangenen schaduwen op de muur zien. Ze menen dat het de échte wereld is. Maar de echte wereld is daarboven, daar wonen het goede, het ware en het schone, perfecte blauwdrukken. De gevangenen moeten het doen met schimmige aftreksels. Alleen grote denkers weten beter, zij laten zich niet door hun emoties meeslepen. Zij prikken door de illusie heen en ontdekken wat écht waar en mooi en goed is. Zij weten wat dé waarheid is.


Om de waarheid te vinden met je je verstand gebruiken, vond Plato.  Denken is beter dan dromen. Dichters en kunstenaars zijn naar zijn mening daarom minderwaardig. Ze zijn niet rationeel, maar gebruiken hun verbeelding. Ze handelen in onwaarheid, in ‘niets’ en moeten daarom het land uitgegooid worden. Met hun verhalen en muziek geven ze voedsel en water aan onze verlangens. Maar volgens Plato moet je ten allen tijde nuchter blijven. Al die dromen en verlangens moet je laten verdorren. Nadenken, daar gaat het om. Hiermee ging iets essentieels verloren. Alleen het rationele telde nog, de ervaring, de verbeelding deden niet meer mee. Dan krijg je, zoals de theoloog Okke Jager ooit zei, hoofden op stokjes. Het verstand krijgt het alleenrecht op de waarheid. De waarheid is iets objectiefs, die kun je meten. En verlangen bijvoorbeeld naar iemand die je aanraakt, naar contact, dat is alleen maar subjectief. Dat voel je alleen maar, bewijs het maar eens. U snapt hoe armoedig dit is. Economische effecten kun je berekenen, maar wat is de waarde van een huilende man, een spelend kind, dauw op het gras, de geur van een pan verse soep? Dat ook dit waarheid is, doet voelen we aan ons theewater, maar waarheid van een andere orde.


Eeuwen laten kwam denkers tegen Plato in het geweer. Dé waarheid bestaat niet. Wat we zien wordt altijd beïnvloed door wie we zijn en wat we denken. En dat geldt ook voor de wetenschap. De feiten mogen keihard zijn, er is altijd de interpretatie van die feiten. Niemand heeft de waarheid in pacht. Dat biedt ruimte, we mogen zeggen wat we vinden, ook onze mening telt. Maar het heeft ook twijfel gebracht. Want als alle waarheid relatief is, kun je dan alles maar beweren? In een gesprek met kennissen kregen we een verschil van mening. Het is bekende kost. De kennis beweerde dat COVID maar een griepje is, dat de ernst van de ziekte overdreven wordt. Toen ik naar mijn idee, feiten tegenover zetten, zei zij: ' ‘Dat is jouw mening en dat mag. Ik vind nou eenmaal wat anders.’ Dan sta je met de mond vol tanden. Wat zijn feiten en bewijzen nog waard?  Zo denken heeft kwalijke gevolgen. Het vertrouwen in de wetenschap neemt af, want ook dat is ‘maar een mening’. Het tast ons contact met elkaar aan, want wie is dan nog betrouwbaar? Wie kun je nog geloven?
Dé waarheid mag dan niet bestaan, dankzij zorgvuldig onderzoek kun je bij benadering wel zeggen hoe iets ongeveer zit, bijvoorbeeld wat de gevolgen van het COVID-virus zo ongeveer zijn. En besef dat we allemaal onbewust trouw zijn aan veel waarheden. We geloven dat de aarde om de zon draait, terwijl we dat zelf nooit hebben kunnen testen. En de vrouw die meende dat mensen geen eten en drinken nodig hebben, maar leven van licht en lucht, stierf, helaas. Dé waarheid bestaat niet, ervan uitgaan dat er waarheid is is essentieel. De idee van waarheid is de voorwaarde voor iedere communicatie; anders kun je met niemand meer een zinnig gesprek aangaan.


Nu komen we op het punt van het geloof. De opvattingen van Plato hebben ook het geloof beïnvloed. God ging men beschouwen als iemand die boven alles uitstijgt. Een soort superwaarheid in een hogere werkelijkheid. En door goed na te denken kon je God bij God uitkomen. Men probeerde het bestaan van God te bewijzen en de Bijbelverhalen werden letterlijk waar. De schepping vond plaats in zeven dagen en de ark van Noach met de vele dieren had werkelijk gevaren. Maar er is geen wereld achter deze wereld waar alles perfect in orde is., terwijl wij hier in een schimmig rijk ronddwalen. En Bijbelverhalen bieden geen wetenschappelijke verklaring, maar voeden ons verlangen. Verlangen naar leven met plezier in wat je doet, een vriend troosten, uitkijken naar een wereld zonder lockdown. Bij dat verlangen gebruik je niet alleen je verstand, maar al je zintuigen, ruiken, tasten, zien, luisteren, proeven. Leven is niet alleen studeren, maar is, ja, leven.


Veel mensen hebben afstand genomen van het geloof, juist vanwege dat rationele. Ze telden en kwamen niet uit bij God. Want wat is er vager dan God? Maar als we het over God hebben, gaat het niet over verlangen naar kennis, maar over verlangen naar leven. Over hoe we als kind in plassen stampten en ons nu soms zo grijs voelen als de mist. Dit is, op een andere manier, waar. God is niet vaag, God is heftig aanwezig, als verlangen naar leven.. Maar zo zie je ook dat waarheid niet zozeer een stelsel van ware beweringen is. Maar waarheid heeft te maken met waarden. Vanuit welke waarden leef je? En waarheid heeft te maken met betrouwbaarheid. Kunnen anderen op jou vertrouwen? Als je zegt dat vrede en harmonie belangrijk voor je zijn en je bent zelf een ruziemaker, hoe waarachtig ben je dan? Aan de vruchten ken je de boom, zegt de Bijbel. Aan wat iemand doet, kun je aflezen vanuit welke waarden hij/zij leeft en of hij/zij waarachtig is. Het verwijst naar de noodrem die we hebben als we twijfelen over de waarheid. De noodrem is deze: Welk belang heeft iemand erbij om dit te denken, dit te zeggen? Wie dient hij of zij hiermee? In hoeverre is zij betrouwbaar, waarachtig?


Ik zag de waarheid van de wetenschap en die van het geloof dikwijls gecombineerd in de wetenschappers die lid waren van de kerk in Waalre. Zij maakten nano-chips, stonden aan de wieg van de CD en de ledlamp. Technische denkers, nieuwsgierige mensen, en ook gevoelig. Op hun werk gebruikten ze hun verstand, in de kerk voedden ze hun hart, verdiepten ze zich in de waarheid van het geloof. Want dingen ontdekken en ontwerpen is één ding, zoeken naar wat de waarde is van wat je doet, de persoon die je wilt zijn, is een andere. Iemand kreeg een baan aangeboden bij Holland Signaal, waar o.a. radioapparatuur voor de krijgsmacht werd ontwikkeld. Hij sloeg het aanbod af, hij wilde niet meewerken aan de bewapening van dictatoriale regimes. Hij liet zich daarbij voeden door de Bijbelse verhalen in  de kerk. God, niet te berekenen, maar wel te ervaren als bron van goed leven. Hij liet zich inspireren door het visioen van wat écht waar en mogelijk is, in vrede samenleven. Wat je doet, wordt gevoed door wat je wilt, wat je verlangt. Ook dat is waarheid. Geloof is het vaccin tegen berusting.


Jezus is daarom hét beeld van God geworden. Hij leefde dat verlangen. Het klinkt door in de woorden van Jezus die we vandaag gehoord hebben. Jezus houdt een lange redevoering. Hij spreekt uitgebreid met zijn vrienden, zijn leerlingen, over de toekomst. Jezus voorspelt niet wat er precies gaat gebeuren, hij spreekt zijn leerlingen moed in.  ‘Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij'. Vertrouwen op God wil niet zeggen dat hij ervoor zorgt dat alles goed komt. Het wil zeggen dat God betrouwbaar is, dat liefde en goedheid niet te vernietigen zijn. God is steeds weer aanwezig als het onblusbare verlangen naar het goede, het ware en het schone. Liegen en bedriegen past daar niet bij. Psalm 26 zegt het mooi: Waarheid betekent met je voeten op effen grond staan. Niet wankelen, niet op het hobbelige veld van list en bedrog staan. Waarheid is waarachtigheid.


Jezus zegt dat er in het huis van God veel kamers zijn. Hij zal voor ieder van ons een kamer gereed maken. Dan zal ik jullie met mij meenemen en dan zullen jullie zijn waar ik ben. Jullie kennen de weg naar waar ik heen ga. Het is geheimtaal. Thomas snapt er dan ook niks van en zegt: Wij weten niet eens waar je naar toe gaat, hoe kunnen we dan de weg daarheen vinden?’ En dan spreekt jezus de beroemde woorden: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.’


Ik leg deze woorden op mijn manier uit. Jezus vertelt dat ieder heeft zijn eigen referentiekader, zijn eigen denkbeelden heeft. We wonen allemaal in ons eigen kamertje. Het kan eenzaam maken, ieder koestert zijn of haar eigen waarheid. Wat is dan nog waar? Waar is dan nog bewijs voor? Wat is ons gezamenlijke huis? De dieper liggende vraag is: Hoe kunnen we elkaar bereiken? Om dat te ontdekken moeten we doorvragen: Wat is waar voor jou? Wat is de waarheid van jouw leven? Waar sta je voor, waar leef je voor? Dan is waarheid is niet zozeer een stelsel van beweringen, maar heeft te maken met waarachtigheid. Met iets of iemand waar je van op aan kunt. Waar sta je voor en leef en ook je naar? Zo vind je samen de weg naar de Vader, bron van het leven.


Let wel, waarheid is dus een weg die je gaat, een weg van waarachtigheid. Al struikelend proberen je verlangen goed leven waar te maken. Jezus zegt niet dat hij de waarheid in pacht heeft, maar dat hij de weg van de waarheid is, hij gaat die weg. Hij leeft, is waarachtig mens en daarmee ook waarachtig God. In hem wordt de bron van alle leven stralend zichtbaar. De uitspraak van Jezus zou je ook zo kunnen lezen, met een dubbele punt, Ik bén de weg: waarheid en leven.


Durft u het Jezus na te zeggen? Niet ik héb de waarheid in pacht, maar ik bén een weggetje: op zoek naar waarheid en leven. Amen.

 

Bronnen
-    Serie artikelen in het dagblad Trouw over waarheid: waarheid en journalistiek, waarheid en wetenschap, waarheid en politiek, waarheid en kunst, waarheid en geloof, juni/juli 2020
-    https://www.bertaltena.com/de-weg-een-weg-of-een-weg-joh-14-1-11/
-    Ger Groot, Begrijp de wereld van nú, lees de filosofen, 25 augustus 2012 in Trouw
-    https://www.theologie.nl/artikelen/bijbel-en-exegese/waarheid/