Afdrukken

Zondag 29 november 2020 met Ds. Aukje Westra

Inleiding op het thema van de dienst

Wat is de overeenkomst tussen de volgende jaartallen: het jaar 156, 500, 1954 en 2600? In elk van die jaren werd het einde van de wereld verwacht. In 156 zou het nieuwe Jeruzalem ergens in Griekenland neerdalen, in 500 voorspelde Tertulianus het einde, 6000 jaar na het begin van de schepping. In 1954 kreeg een vrouw uit Chicago berichten door van buitenaardse wezens dat de aarde door een zondvloed zou vergaan, 2000 was de millenniumwisseling en stonden de planeten in een bepaalde stand. Maar we zijn er nog, al zeggen sommigen dat het in 2060 weer misgaat.
Maar ik geloof er niet in. Als mensen het einde van de wereld voorspellen, zegt dat niets over de toekomst, maar alles over het heden. Het leven is een verschrikking en de vraag is hoe je het volhoudt. Crisis, herfsttij van een van een periode, van een leven. Als de Bijbel spreekt over het einde van de wereld, zegt dat veel over het heden, maar ook iets over de toekomst. Het zaad voor die toekomst is al gezaaid. We zijn vol verwachting.


Voorbereiding op de Bijbellezingen
In het Jodendom werd uitgezien naar de komst van de Messias. Maar voordat het zover zou zijn, zouden er bepaalde gebeurtenissen plaats vinden. God zou met geweld optreden tegen vijanden die het volk Israël onrecht aan hadden gedaan. Of hij trad op tegen het dwalende volk zelf. God zou rechtspreken. De hele kosmos zou op zijn grondvesten schudden. Daarna zou de Messias komen en zijn rijk van vrede en recht.
De eerste Joodse christenen namen deze denkbeelden over en voegden daar de wederkomst van Jezus aan toe. Het einde komt met geraas en geweld.

Bijbellezing Mattheüs 24: 14-33  

Overweging
Ik neem u mee terug in de tijd, naar november 1347. Een vloot van twaalf galeien voer de haven van Messina binnen, een stad op de uiterste Noord-Oostpunt van Sicilië, vlakbij Italië. De schepen waren afkomstig van de Krim, een belangrijke tussenstop in de zijde- en specerijenroute die het Verre Oosten verbond met Europa. De sjouwers op de kade merkten iets vreemds op aan de inkomende vloot. Normaliter werden galeien voortgedreven door de spierkracht van roeiers, maar deze schepen voeren enkel op hun kleine driehoekzeilen. Aan boord was nauwelijks leven zichtbaar. Toen de sjouwers aan boord gingen, sloeg hun een weerzinwekkende stank in het gezicht. Het merendeel van de bemanning bleek dood. De opvarenden hadden dikke gezwellen onder hun armen, zwart als pek.


Italië was het eerste Europese land dat door de Zwarte Dood werd aangetast, oftewel de pest. De ziekte klom via handelsroutes razendsnel omhoog, Europa in. Gewoonlijk stierf men omringd door familie, maar door de angst en de kaalslag stierven de zieken in stilte en alleen. De doden werden nauwelijks meer opgeruimd. Ratten en vliegen deden de straten ritselen en gonzen; de stank was ondraaglijk. Alleen mensen die zich afzonderden bleven gespaard.


Europa had net een bloeitijd achter de rug. Mensen woonden dicht opeengepakt in steden. Van hygiëne was nog geen sprake. Mensen wasten zich niet, uitwerpselen en ander afval werden in grachten, rivieren of anders op straat gekieperd. Vee scharrelde door de straten en mensen en dieren sliepen bij elkaar. De veertiende-eeuwers begrepen weinig van de verschrikkelijke ziekte. Bidden hielp niet, de wetenschap weer de pandemie aan de stand van planeten en bood geen oplossing.


Priesters die voor konden gaan in kerkdiensten stierven. Er ontstond een concurrerend aanbod van troost: de flagellanten. Groepen van een paar honderd mannen en vrouwen die rondtrokken. Ze kastijdden zichzelf met een zweep met drie riemen en ijzeren kogeltjes aan de uiteinden, Zo hoopten ze aan de toorn van God te ontkomen, maar het tegendeel was waar, ze gingen er massaal aan. Toch werd de beweging een groot succes. Ze zagen zichzelf als heiligen, afgedaald om de mensheid te redden. Relschoppers sloten zich aan, kerkdiensten werden verstoord.


Na een jaar of vier nam het aantal doden af, omdat de zwarte rat vrijwel uitgeroeid werd door toedoen van de besmette vlo. Een-derde tot de helft van de bevolking van Europa, tussen de 25 en 50 miljoen, was verdwenen. En dit was niet het enige leed. In 1421 was een deel van de lage landen verzwolgen door de Elizabethvloed. Engeland en Frankrijk voerden een eeuw lang oorlog met elkaar. Er waren hongersnoden. Europa schudde op z’n grondvesten, mensen zochten naar een oorzaak. Het visioen van het einde der tijden vond gretig aftrek. Denk aan de schilderijen van de in 1450 geboren Jeroen Bosch. Bovenaan zie je Christus en een paar uitverkorenen, verder is het één en al ellende, naakte mensen die gemarteld en afgeslacht worden.


De beelden van Jeroen Bosch lijken een herhaling van wat Jezus voorziet. De zon zal verduisterd worden en sterren vallen van de hemel. De ene mens slaat de ander de hersens in. Het is belangrijk om te weten dat deze teksten rampen beschrijven die zich al hebben voltrokken. Mattheüs wil zijn lezers moed inspreken, hen aanmoedigen om vol te houden. Mattheüs verwijst bij monde van Jezus naar een concrete gruwel, een afgodsbeeld dat dood en verderf zal zaaien.  Veel Joodse christenen wisten waar hij op doelde. Zo’n twee eeuwen eerder, in 168 voor Christus,  had koning Antioches IV Epihanes de tempel ingenomen. Het beeld van de God Zeus op het altaar werd een gruwel genoemd, weerzinwekkend in de ogen van de Joden. Ephanes werd vanwege zijn wreedheid spottend ook wel Epimanes genoemd, de gek. En er waren versere trauma’s, in het jaar 70 was Jeruzalem verwoest door de Romeinen. Mattheus schreef zijn evangelie ongeveer 20 jaar later. De mensen wisten nog wat er gebeurd was. Ze moesten de bergen invluchten en hadden zelfs geen tijd om bagage mee te nemen. Iedereen, oud en jong, gezond, ziek, zwanger, moest rennen voor zijn leven. Het was verschrikkelijk om daaraan terug te denken. En de vraag was of het allemaal voor niets was geweest.


Jezus schildert een situatie van maximale onveiligheid. Je kunt niemand op zijn woord vertrouwen, je moet weg van huis, je wordt op jezelf teruggeworpen. Geen van de verbanden waar je geborgenheid aan ontleende, blijft overeind. In die ontreddering is er alleen nog jouw naakte zelf. Er vindt een soort ‘ontschepping’ plaats. In Genesis 1 werden rust, reinheid en regelmaat geschapen, licht en lucht. Maar het stort allemaal in. Maar, voorspelt Mattheus bij monde van Jezus: de mensenzoon zal terugkeren. De aarde zal herschapen worden.


Deze teksten zijn niet bedoeld om ons doodsangst aan te jagen, want dan oogsten we vroeg of laat geweld. Dan komen zogenaamd zuiveren tegenover zogenaamd afvalligen te staan. Viruswaarheid tegenover mensen die met vallen en opstaan zich een weg door de crisis heen banen. De Bijbel wil niet dreigen, maar brengt de ervaring van dreiging onder woorden. De teksten nodigen ons uit om te zien wat er gezaaid wordt, licht en donker.


Wat Jezus als waarheid verkondigde is ook werkelijkheid. Als je wilt weten wat er geoogst wordt, kijk dan naar wat er gezaaid wordt.  Als voorbeeld noem ik naar de pestepidemie van de 14e eeuw. De pest halveerde de bevolking, waardoor arbeiders hogere lonen konden eisen. En de rijkdom die er was, kapitaal en land, hoefde met minder mensen gedeeld te worden. Drie eeuwen later werd Italië opnieuw getroffen door een pestepidemie, met vergelijkbare sterfte. De welvaart nam af in plaats van toe. De elite had de lonen bevroren en het erfrecht veranderd, waardoor bezit niet versnipperd kon worden. Een kleine groep hield de macht in handen.


Maar, schrijft Matteüs, bij monde van Jezus, De Mensenzoon zal terugkomen, Hij zal verschijnen op de wolken van de hemel. Mystieke beelden voor een bijzondere alledaagse ervaring. In of na een crisis kan ons een licht opgaan. Dat geldt voor een crisis in de economie, maar ook in een relatie of  een hoogstpersoonlijke, fysieke of mentale crisis. Soms zien we in alle duisternis het licht en beseffen we waar we voor leven. Om van elkaar te houden, om rechtop te staan en anderen op hun benen te zetten. De ziekte is niet voorbij, het huwelijk niet één, twee, drie gered, een samenleving na een pandemie niet direct weer op orde. Maar de mensenzoon keert terug in de gestalte van gewone mensen. De mensenzoon is ieder mensenkind dat durft te leven, zonder al te veel zekerheid, maar met een scherp richtingsgevoel. Er is niet alleen duisternis, het zaad van het licht is al gezaaid.

Blijf niet staren op wat vroeger was, sta niet stil in het verleden. Ik, zegt Hij, ga iets nieuws beginnen, het is al begonnen, merk je het niet.

Bronnen
https://www.historischnieuwsblad.nl/de-pest-besmette-en-doodde-miljoenen-mensen/
Bert Kuipers, De herkenning van het laatste oordeel.
Piet van Veldhuizen, De laatste dingen.
De pest, interview met Bas van Bavel op Radio 1.